eigen foto
Eindejaar
Alcoholcontroles, feestneuzen, kaneel, kalkoen, gluhwein, winterbanden, mutsen, kerstmarkten en heel veel schakenHet eindejaar is een periode van veel schaakactiviteit. Het is niet dat er grote (niet door FIDE) georganiseerde tornooien doorgaan in Q4 – ik zie op lichess vooral opens, quasi geen gesloten tornooien. Maar de FIDE heeft er een punt van gemaakt om “the best for last te keepen”, met de WK’s rapid en blitz (eind december 2025 in Qatar) en in de oneven jaren de World Cup, en in de even jaren nog een Olympiade (in 2026 Uzbekistan). En dan vergat ik nog bijna het WK voor amateurs dat dit jaar doorgaat in Servië (5-13/11/2025).
Voor wie dacht dat de FIDE hiermee in navolging van de ACO-WK’s, ook daar een graantje wil meepikken, is verkeerd. De FIDE was eerst met die amateurkampioenschappen. Dat WK wordt al sinds 1996 gehouden (ik tel even de tornooien van 1924 en 1928 niet mee). De eerste vijf moderne edities gingen door – toen nog rond de jaarwisseling – in Hastings. Ikzelf nam deel aan het derde WK (met de West-Vlaamse schaaklegende Franky Deketelaere), in 1998, toen Viraf Avari de amateurtitel won en zo FIDE-meester werd. Het was voor mij de eerste kennismaking met Engeland, English breakfast, de speciale treincoupés (een deur per coupé, niet per wagon), het rotweer aan de Engelse kust in de winter, scones, ... Het tornooi ging door in de sporthal van de YMCA, ik zat op hotel (ergens waar Carlisle Parade overgaat naar White Rock) aan de zeedijk, samen met een Russisch meester, die toen bijna alle opens in Europa afschuimde. Ook de vader van Eloi Relange zat op ons hotel, en ik kon een gesprek van hem in het Deens redelijk goed volgen. De topgroep speelde toen in het Cinque Ports hotel, aan Bohemia Road, de straat die ik moest nemen om van het hotel naar de speelzaal te wandelen.
Ikzelf speelde in de laatste ronde tegen de jonge Engelse Rosalind Kieran, die slechts een remise nodig had om met zekerheid de titel bij de vrouwen te veroveren. Onze Skandinaviër pieterde snel uit naar een gelijke stelling, en ik gunde het Kieran liever dan een eerder onsympathiek Russisch meisje, en zo werd ze WK. Een zeker gebrek aan competitiviteit is slechts één van mijn manco’s als schaker.
Wat wel veranderd is sinds de begindagen, is dat er in dat amateur-WK sinds 2016 ratingreeksen zijn – en zo werd Marigje Degrande in 2021 WK bij de dames onder 2000 elo. Nog altijd een knappe prestatie, en ze schaart zich hiermee in het nog steeds korte lijstje Belgische wereldkampioenen.
Terug naar de FIDE World Cup. Het is een schandalig rijkelijk gedoteerd tornooi met 2 miljoen dollar. Ik herinner me vroeger nog dat men moeite had om 1 miljoen bij elkaar te krijgen voor een WK-match (om maar te zwijgen van het kleingeld (2000 USD in 1966 en 1400 USD in 1969) waarvoor Petrosian en Spassky speelden). Reddit heeft hier trouwens een wikipedia-waardig artikel over. Het is opmerkelijk te zien dat geen enkel WK ooit de prijzenpot benaderde van de tweede (niet-FIDE) Fischer-Spassky match in Sveti Stefan 1992, namelijk 5 miljoen corrupte dollars.
Nu hoeft de FIDE dat geld voor de World Cup niet zelf bij elkaar te schrapen – het tornooi gaat door in Goa en de Indiërs zijn schaakgek. Ik zie op de World Cup site dan ook vooral Indische overheden en sportorganisaties die sponsoren (naast Chessable). Niettemin, die “arme tijden” voor toptornooien en kandidaten selectiematchen/tornooien lijken voorbij – is het omdat achter de schermen Rusland de FIDE gul sponsort en zo de touwtjes in handen houdt (?). Of het moet zijn dat hun gesigneerde borden verkopen als zoete broodjes (aan 2600 EUR het stuk) maar ik betwijfel het.
Whatever. Als gewone schaker kunnen we maar blij zijn met zo’n tornooien. Wat me in de World Cup en in de olympiaden altijd aanspreekt, is de strijd tussen meester en amateur. Je ziet in de eerste ronde spelers van sterk clubniveau eraf gaan tegen 200-500 sterkere spelers, en ik vind die partijen altijd leerrijk.
Zo ging de Libische speler Nagi Abugenda (1972) er in de eerste ronde zwaar af met zijn afruilvariant tegen het Frans van Yagiz Erdogmus (2651), toch niet meteen een opening waarin je zwart zo snel ziet winnen. In de tweede partij ging het even vlot, hoewel de jonge Turk (pun intended) hier wel een schoonheidsfoutje maakte. Ook supersterren zijn maar mensen.
Door het grote aantal partijen tegen zowel gelijkwaardige als zwakkere/sterkere tegenstanders, gaat er ook een extra kallibratie doorheen de top-elorangen. Drukke tijden voor de site 2700chess.com. Er is vaak het verwijt dat de wereldtop enkel nog tegen zichzelf speelt. De hoogdagen van de jaarlijks terugkerende supertornooien (vooral in de jaren 90 was er geld zat voor Kasparov en co) liggen achter ons, maar er zijn nog altijd voldoende toptornooien voor “inbred chess”. Het is daarom verfrissend dat Wijk aan Zee voor 2026 kiest voor een sterke verjonging van het deelnemersveld, met Anish Giri als oudste deelnemer van de kroongroep. Mooi, hoewel ik (mocht ik ooit organisator zijn) toch nog altijd een voorkeur heb voor iets in de aard van oud tegen jong.
Verrassingen in dergelijke “meester-tegen-amateur” tornooien als de World Cup of Olympiades worden dan ook gekoesterd. Voor de toppers is er in de World Cup een dubbele motivatie: het behoud van hun elo, en terzelfdertijd de nood om zich te kwalificeren voor de volgende ronde. Dat Daniel Dardha in de eerste ronde ging voor de 2-0 was dan ook lovenswaardig.
Wat in ronde 2 (tweede partij) gebeurde, leverde dan ook het nodig lekkers. Wesley So die opgaf in een heel interessant loper tegen twee pionnen eindspel, Nepo (-9 elo en uit de top-20 geknikkerd) en Mishra die eruit werden gespeeld, Aronian (oudste speler in de top 25 als je de inactieve Anand niet meerekent) die zijn klasse toonde en op het moment van schrijven tot de achtste finales heeft geschopt, Pentala die in de opening gewoon zijn dame offerde, reekshoofd Aravindh die geëlimineerd werd (en ook -9 elo). Fingerlicking good stuff. Everybody loves the underdog, right?
De scheidingspartijen (gelukkig liggen de tijden van kop-of-munt of een rouletteballetje ver achter ons) bezorgden ons nog meer leuks. Wie ziet namelijk dat in Lodici-Niemann 72...Tg1 verliest, maar 72...Tg2 of 72...Tg3 niet?
Oudgediende Leko, die het quasi zonder tornooivoorbereiding (want op het laatste ogenblik door de Hongaarse federatie uitgenodig om hun extra spot op te vullen) tot de vierde ronde schopte, Dubov, die Praggnanandhaa elimineert (volgens eigen zeggen met amper 10 minuten voorbereiding op zijn smartphone), een hardnekkige MVL die er uiteindelijk af gaat tegen de 19-jarige Grebnev. De “onbekende” (want bijna nooit in gesloten tornooien uitgenodigde) Duitser Donchenko die Bluebaum elimineert, de Italiaan Lodici die Sevian tot het uiterste drijft, en de Mexicaan Jose Martinez Alcantara die vriend en vijand verrast (en ook hij mag als new kid on the block terecht hengelen naar uitnodigingen in toptornooien - en dat deed hij dan ook).
Op X was het bijna een strijd om de vroegste voorloper van zijn Pxa7 in de Alapin te claimen. Gary Lane had het offer al vermeld in zijn boek “The c3 Sicilian”, met o.a. de partij Schmittdiel-Johansson (Malmo 1985/86) als één van de voorbeeldpartijen. Johansson was niet het enige slachtoffer van Schmittdiel, want hij ving er ook Lev Gutman mee in Lugano 1987 - in de informator-analyse van de partij geeft Konikowski de zet 13.Pxa7 zelfs geen uitroepteken (9...d3 wel een ?!). Maar Arthur van de Oudeweetering kwam met de partij van Andrey Lukin (een toptalent dat nooit zijn kans kreeg in de USSR) vs Shushpanov in het kampioenschap van Leningrad in 1982. Zoals zo vaak: everything new is well-forgotten old.
Neen, schaken is een cruel mistress, maar schaken is mooi.
PS Dit is op de kop af twee jaar na mijn eerste artikel - en als ik goed geteld heb, is dit blog nr 113. Een goed gemiddelde lijkt me, dat ik zal proberen aan te houden. Fingers crossed!