eigen foto
Koning op wandel
Aan de verkeerde kant rokeren, en dan terug.Het gaat soms vreemd met blogartikelen. Soms heb je totaal geen inspiratie, en een andere keer komen de onderwerpen als vanzelf.
Het is niet dat die inspiratie dan steeds interessante of boeiende artikelen oplevert over grote onderwerpen. Soms is het gewoon een klein aspect in het schaakspel dat me opvalt, en waar ik dan enkele voorbeelden van heb of vlot kan over schrijven.
Het gebeurt nog wel eens dat ik verkeerd rokeer, om dan te beseffen dat mijn koning toch beter stond op de andere vleugel. Ik vind het één van de leukste maneuvers om te doen – als de stelling zich ertoe leent wel te verstaan.
Het gaat dus niet om “winnende wandelkoningen” zoals in de partij Short-Timman (Tilburg 1991), of om opgejaagde koningen (zie het zeer leuke boekje The King Hunt, met de beste koningsjachten uit de geschiedenis).
Mijn partij tegen Guy Baete in het Brasschaatse kk2122 had zo’n koning:
Het is helemaal geen onbekend thema in partijen. Dat zoiets ook in meesterpartijen kan voorkomen, hoeft geen betoog – niemand is perfect. Zo was de partij Rapport – Praggnanandhaa, Wijk aan Zee 2023 geen succes voor de zwarte koningsmars. Dit is maar een half goed voorbeeld: zwart staat hier al zo onder druk, dat het bijna een noodmaatregel is.
Tot mijn verbazing vond Stockfish16 zo’n lijntje in een variant van een partij van de jonge Fischer (zie de variant bij de 23ste zet):
Het is vaak een maneuver dat in het late middenspel gebruikt wordt, bv als de tegenstander toch maar passief moet afwachten, en de winnende partij nog even de koning veilig op de andere vleugel onderbrengt, alvorens de stelling op te blazen. Als ik het me goed herinner, was Petrosian liefhebber van zo'n wendingen.
En zo zie je maar - there's treasure everywhere!