- Blind mode tutorial
lichess.org
Donate
kasteel van Dinan

eigen foto: kasteel van Dinan

Plancoët (0)

Tournament
Plancoët - een pittige open in een prachtige streek.

Om één of andere reden kreeg ik begin dit jaar zin om me in te schrijven in Plancoët, een tornooi dat (ex-)Torrewachters in vroeger tijden ook al bezocht hadden. Aangezien ik op schaakvakantie niet graag de dagen zelf veel met de auto pendel (tussen verbijf en speelzaal), wou ik qua logement iets zo dichtbij mogelijk bij de speelzaal.

Dat lukte – een huisje met drie slaapkamers (veel te groot voor mij alleen), maar even duur als een hotelkamer, en bovendien op 20-25 min wandelafstand van de zaal. Toen ik mijn plannen en reservatie deelde met collega-schakers uit Roeselare, was er meteen interesse om die andere twee kamers te bemannen en de kosten te delen.

Wij met drie (Peter Degrieck, Pauwel Deblauwe en ikzelf) dus naar Plancoët. We vertrokken op zaterdag om rustig naar het tornooi te rijden, zonder stress voor files, en met ruimte om hier en daar nog een stopje in te lassen. Het tornooi duurde van zondag 27 juli tot zaterdag 2 augustus. Negen ronden op zeven dagen, met dus twee dagen met dubbele ronden. Redelijk haalbaar voor ons oudere schakers (55-plussers), en vaak nog tijd om iets te bezoeken op de dagen met één ronde.

Op zondag meldden we ons aan, en was het wachten op de eerste ronde in de namiddag. Ik speelde mee in de A-open, mijn collega’s in de B-reeks. We hoopten op goede partijen en een redelijk resultaat, maar werden snel met de realiteit geconfronteerd. De schaaktechnische aspecten zijn echter voor de volgende artikelen – dit is het toeristische luik. Algauw werd contact gelegd met een Nederlandse delegatie (Tim Grutter, Gerben Van Pel, Carlos De Preuter, Joy Van Dorsten), die het qua resultaten trouwens veel beter deed dan de Belgen.

Een uitstap naar Saint-Malo (klinkt bizar in het Spaans: San Malo betekent de heilige slechterik) was een meevaller; leuk vestingstadje, veel winkels, gezellige sfeer, toegespitst op het toerisme. Gelukkig was het geen springtij, en sloeg het zeeschuim ons niet om de oren. Een tweede uitstap om wat te wandelen bracht ons naar de ruïnes van het kasteel van Le Guildo en de stranden van het schiereiland waarop het dorpje Saint-Jacut-de-la-Mer ligt. Ondergetekende gebruikt graag schaakvakanties om veel te wandelen en die dag was weer van dat: de drang om toch maar ver te willen wandelen eindigde in een persoonlijke uitputtingsslag. MIjn medewandelaars hadden meer verstand in de kop en kozen ervoor om na één strand caféwaarts te trekken en mij op te wachten.

Later in de week werd nog Dinan bezocht, om er een hartige pannenkoek te eten en het historische stadje met zijn kasteel (aanrader) te bekijken.
Bij het terugrijden werd nog een overnachting geboekt in Isigny-sur-Mer (quizvraag: van welke zeer bekende (overleden) Amerikaanse filmmaker trokken zijn voorouders mee met Willem de Veroveraar naar Engeland? Zijn familienaam reflecteert nog zijn afkomst), om ’s avonds fruits de mer te eten. Dat viel eerst niet mee, ondanks het feit dat er drie visrestaurants vlak bij elkaar liggen in Grandcamp-Maisy. Bij het eerste (en volgens Google Maps het beste) was de keuken al dicht om 19u20, bij het tweede werden we letterlijk buiten gekeken (we hadden aan een buitentafel moeten eten, binnen bleek er geen plaats meer vrij, hoewel er op dat moment quasi geen enkele tafel bezet was) en bij het derde hadden we geluk: we kregen de voorlaatste nog beschikbare tafel, vlakbij de bar. Restaurant de la Marée bleek een voltreffer: aperitief, fles wijn en lekker driegangenmenu voor 50 EUR/persoon was een zeer acceptabele prijs/kwaliteitsverhouding. Dat was de afsluiter van de laatste speeldag.

De dag erop was een toeristische terugtocht naar het vaderland, met een bezoek aan Omaha Beach, wat monumenten en gedenktekens en een absolute aanrader: het Overlord museum in Colleville-sur-Mer. Daarna was de kathedraal van Bayeux aan de beurt, om snel nog even een veel te dure sandwich te kopen aan de Aire de Giberville aan het begin van de snelweg vlak na Caen. Meteen terug de auto in om kilometers te vreten; Rouen werd links gelaten, en onze hoop op een pauze met pint werd gesteld op Neufchatel-en-Bray. Daar stoppen op een zondagnamiddag in de hoop een open café te vinden - mensen, niet doen. Op dat tijdstip is het stadje een stedelijke woestijn: alle zaken dicht, geen mens op straat.

Gelukkig lag even verder Abbeville met welgeteld één café (Le Cristal) open, dat bovendien nog eens goed bier verkocht. Toeval der toevalligheden: daar liepen we medeschaker Luc Defreyne uit het Brugse tegen het lijf, die daar gestrand was met een onwillige elektrische auto. Na nog wat kiekjes van de zeer bijzonder kerk van Abbeville, was het tijd om de laatste 200 km af te werken en passagier 1 thuis af te zetten. Passagier 2 volgde een klein uurtje later, waarna ik huiswaarts kon en om 21u30 mijn auto kon uitladen.

Wat hebt u niet gelezen in dit verslag? Files. Dankzij onze strategie om in twee keer terug te keren (met overnachting), hebben we geen enkele file gehad, niet in Frankrijk en niet in België. Het is maar een tip.

In een volgend verslag komen, zoals beloofd, de partijen.