eigen foto: Overlord museum
Plancoët ronde 9
Laatste ronde: een kans op eerherstel of gewoon snel naar huis?Het werd een interessante pot tegen een haalbare kaart (een heroptredende gepensioneerde ex-2000 dokter).
In een Kan, waarin ik (te snel?) b7-b5 had gespeeld, had wit goed gereageerd en mijn stukken wat geparkeerd op de damevleugel. Niettemin, ik was in het middenspel langzaam uit die omknelling geraakt, maar wit behield door zijn ruimtelijk overwicht en dankzij voorzichtig spel, nog alle kansen op koningsaanval.
Niettemin, ik kwam beter te staan dan ik dacht en het kwam uiteindelijk tot volgende stelling:
Ik werd 72ste op 73 deelnemers (de twee allerlaatsten, nrs 74 en 75 stapten uit het tornooi) met 2/9; gelukkig dit keer geen bye gekregen zoals in Böblingen. Tevreden? Wel, ik speel liever 9 partijen tegen goede tegenstanders, waarin je iets leert, dan 9 "must wins" (had ik het B-tornooi gespeeld). Dat je elo dan "slagen krijgt", tja, dat zie ik dan als een investering voor later - hoewel ik het laatste jaar veel "geïnvesteerd" heb... :-)
Peter speelde remise tegen Anna, het zusje van Frans toptalent Nicot, en Pauwel werd geveegd door een jonge snaak, die een prima partij neerzette en mooi profiteerde van de foutjes in Pauwels spel. Resultaat: Pauwel (3,5/9) werd 40ste, Peter 47ste (3/9). Winnaar werd de hoogste elo, Thierry Kozlowski (1876). Voor de volledige stand, zie hier.
Tot zover dus het tornooi van Plancoët, dat alles bij elkaar een heel positieve ervaring was. Misschien jammer van mijn magere score, maar er is meer dan schaken alleen. We gingen na afloop meteen de auto in, op weg naar onze overnachting in Isigny-sur-Mer, een beetje dichter bij huis.
Het Hotel de France Isigny was best OK – geen grote luxe, maar we hadden aparte kamers, met prima sanitair en bed. Het ontbijt was wat aan de magere kant, maar swat, dit was gewoon een hotel om te bunken, tenslotte, het was nog altijd hoogseizoen, en dan moet je pakken wat je kan krijgen, en veel was er niet meer beschikbaar tegen een normale prijs in de regio.
De dag erop ging het naar de landingsstranden van Omaha Beach, en van daaruit naar het uitstekende museum over de landing: het Overlord Museum nabij Colleville-sur-Mer (zie foto). Weinig musea geven zo’n “immersive” beeld, zo volledig, zo goed gedocumenteerd, met zo’n indrukwekkend materiaal, met dan nog uitleg in drie talen (F,E,D).
Caen lieten we letterlijk links liggen, behalve voor een snelle en veel te dure hap in het eerste tankstation na de péage. Daarna was het kilometers malen, waarbij we dit keer niet via de Pont de Normandie reden, maar via Rouen. Daar hadden we eigenlijk kunnen stoppen, maar de roep van de thuisbasis deed ons doorrijden tot Neufchatel-en-Bray. Daar bleek op een zondagnamiddag het hele dorp uitgestorven, inclusief alle cafés die gesloten waren. Dus terug de auto in, om door te rijden naar Abbeville, toch een iets groter kaliber qua inwonertal. Maar ook hier moesten we tot op het marktplein rijden, eer we een café open vonden. In Le Cristal genoten we van een terrasje, een lekker biertje en kon ik nog heel snel eens naar de heel bijzondere kerk (Collégiale Saint-Vulfran) gaan kijken, terwijl de collega’s zowaar een Brugse schaker tegen het lijf liepen. Luc Defreyne had autopech en was gestrand in Abbeville. Daarna was het effectief in volle galop naar Houthulst, Deerlijk en Brecht. Home sweet home.