eigen foto
Te gek voor woorden.
Gekke materiaalverhoudingen - lust voor het oog, last voor het hoofd.Gekke materiaalverhoudingen of een ongewone opstelling van de stukken – het is één van de meest aantrekkelijke zaken op het schaakbord. Het is ook iets waar ik vaak oog voor heb, dus ik had meteen voldoende materiaal voor een paar artikelen. Hier komt in de toekomst zeker nog een vervolg op.
Waarom die zo'n aantrekkingskracht uitoefenen? Ik vermoed dat ook wij een evaluatiefunctie hebben opgebouwd voor het schaken. De ene speler positioneler dan de andere, de ene verdedigender dan de andere, en nog een meer op initiatief ingesteld dan de andere. Wanneer er dan een "rare" stelling op het bord komt, hebben we daar moeite mee, want dat past niet in ons gewone denken, en we moeten meer gaan rekenen. Ook komen er aspecten in het spel, waar je normaal geen of veel minder rekening moet mee houden, zoals tegenoffers, om terug een normale stelling te krijgen, of zetdwang, of forten, of...
De site van Gambiet Opwijk is wat mij betreft één van de betere clubsites in Vlaanderen (samen met die van Oude God en de onvermijdelijke KGSRL). Waarom? Naast frequente verslagen van competities, publiceren ze heel vaak partijstellingen. Dat het geen volledige partijen zijn, begrijp ik – wie wil nu zijn openingsrepertoire op straat gooien? Tenzij... ja, ik ken een bekende uitzondering...
Dat het op hun site fragmenten van partijen zijn, maakt de stellingen niet minder interessant, integendeel. Zo was het artikel “Béthune 2024” zeer leesbaar, vooral omdat er op het einde enkele leuke stellingen aan bod kwamen. Daar was deze hieronder links zeker de opmerkelijkste van. Als liefhebber van “speciallekes” in het schaken, kan ik hier alleen maar goedkeurend naar kijken. De gambieters hebben een oog voor zo’n stellingen, want na ronde 7 in IC verscheen de stelling hieronder rechts op hun blog.

Iedereen maakt wel eens zoiets mee. Onlangs botste ik op de partij Stean-Herzog uit Greifensee 1972 (uit Chess Life maart 2015 – ter info, de minstens 1 jaar oude nummers zijn allemaal te downloaden op de archiefsite van de USCF). Ik zie nu pas dat het een eindspelartikel van de hand van Naroditsky was, zodat dit blogartikel nog wat aansluit op het vorige.
Ook in bordpartijen tussen grootmeesters is het soms van dat, zie bv de partij Browne-Sosonko, Wijk aan Zee 1975, waar de materiaalverhouding te exotisch was om iets normaals mee aan te vangen. Dat was wel geen eeuwig schaak, maar de onderliggende motivatie hoort thuis bij de remises in dit artikel: je hebt geen idee hoe je verder moet met zo’n stelling.
Ook Spassky heeft in zijn jonge jaren ooit een partij gehad tegen Kholmov (NK USSR 1957), drie pionnen tegen een toren. Of wat dacht u van tactisch konijn Janowski tegen Edward Lasker, New York 1924: dame en twee pionnen tegen twee paarden en vier pionnen. Janowski laat op het einde nog de winst glippen - naast zijn gemiste winst tegen Capablanca in San Sebasitan 1911, moet dit één van de grote ontgoochelingen in zijn carrière zijn. Niet dat hij zich daar veel van aan trok - vaak was hij na de partij in het lokale casino te vinden.
Die laatste partij geeft ons allemaal misschien wat hoop: wie heeft niet een straal gewonnen partij in handen gehad en toch weer laten glippen. Wel, het kan dus met de besten onder ons. En dat geeft toch wel wat mentale rust - perfectie bestaat niet in wedstrijdschaak.